Eindelijk heb je de tocht van twee dagen achter je. Je gespt je zwaard af en je slaakt een zucht van opluchting als je je op de met mos begroeide rotsbodem uitstrekt om even uit te rusten. Je wrijft in je ogen en pas dan kijk je omhoog naar de Vuurberg.
De berg ziet er inderdaad dreigend uit, woest en ruw als toegetakeld door de klauwen van een reusachtig beest. Scherpe rotspunten steken allerwegen uit de steile wand die voor je oprijst. De top heeft een griezelige rode kleur - misschien een of andere vreemde begroeiïng. Niemand zal ooit precies te weten komen wat voor spul er daarboven groeit, want het lijkt onmogelijk de bergtop te beklimmen.
Daar vlak voor je ligt het avontuur. Aan de andere kant van een open veld zie je de donkere ingang van een grot. Je gordt je zwaard weer om, je staat op en je denkt aan de gevaren die je te wachten staan. Maar dan verman je jezelf en je steekt het veld over.