Je bent in een klein duf ruikend kamertje. Je ziet twee deuren: een naar het westen en een achter je naar het zuiden. De kamer is slecht gemeubileerd en wat er staat, lijkt uit wrakhout vervaardigd. Er schijnt hier niets van waarde te vinden te zijn, maar er hangt wel een bos sleutels aan de muur. Een oude, in vodden geklede man ligt te snurken in een halve roeiboot die als bank dienst doet. Vlak bij hem staat een boosaardig uitziende bruine hond met rode ogen en zwarte tanden. Je hebt dit dier wakker gemaakt en het kijkt je argwanend aan. De hond gromt diep uit zijn keel.

Je kan wegsluipen naar de zuidelijke deur.

Je kan op de deur kloppen en 'Ahum' zeggen op de oude te wekken.

Je kan met getrokken zwaard op de hond afstormen.





<uitleg> | <gevechten> | <colofon>