De oude man slaat de ogen op. Zodra hij je ziet, grijpt hij naar de halve roeispaan die hij onder handbereik heeft. Je verzekert hem dat je geen kwaad wilt doen, maar hij blijft op zijn hoede en gluurt je argwanend aan. Hoewel hijzelf er niet gevaarlijk uitziet, is het toch oppassen geblazen: die hond.
Wat doe je?
Je valt met getrokken zwaard de hond aan.
Je ondervraagt de oude in verband met je tocht.
Je zegt hem dat zijn veters loszitten.