Hij slaakt een gil en verbergt zich achter zijn lessenaar. Hij is doodsbang voor je ferme manier van optreden. Met zijn zachte piepstem vertelt hij je dat hij de Labyrintmeester is die toezicht houdt op het Doolhof van Zagor. Je praat op hem in en je verzekert hem nogmaals dat je geen kwaad in de zin hebt. Eindelijk komt hij achter zijn lessenaar vandaan. Hij gaat zitten en als hij rustig is geworden gebeurt er iets vreemds met hem. Hij gedraagt zich steeds flinker en zelfverzekerder. Hij noemt de titel van een boek, wijst het aan en het boek komt van de plank en zweeft naar de lessenaar. Je concludeert dat ook hij een tovenaar is met een behoorlijke toverkracht. Misschien is hij zelfs wel de Meester der Kerkers die komt kijken wat voor tegenstander je bent. Je vraagt hem hoe je uit het Doolhof moet komen. Hij zegt dat je de meest zuidelijke deur moet nemen, een deur aan je rechterhand moet passeren en dat je vervolgens steeds maar rechtdoor moet blijven lopen tot je niet verder kan en dan linksaf moet slaan. Je moet een kruispunt passeren en weer linksaf slaan bij het volgende.

Wat doe je?

Je volgt de door hem beschreven route.

Je gaat door de zuidelijke deur, maar volgt je eigen weg.

Je gaat door de westelijke deur.





<uitleg> | <gevechten> | <colofon>