Je staat op een kruispunt. Naar het westen buigt de gang na een paar meters af naar het noorden. Naar het noorden komt de gang uit bij een deur. Naar het oosten loopt de gang door tot hij tenslotte een bocht naar het zuiden maakt. Als je naar het zuiden kijkt, zie je dat de gang almaar rechtdoor blijft lopen. Waar wil je naar toe?
Naar het westen.
Naar het noorden.
Naar het zuiden.
Naar het oosten.