Je komt ergens halverwege een noord-zuidgang. In de westelijke wand is een deur. Tegenover de deur loopt een gang naar het oosten. In het noorden zie je verderop ook een deur. In het zuiden een kruispunt.

Wat doe je?

Je neemt de deur in de westelijke wand.

Je probeert de deur in de noordelijke wand.

Je gaat naar het oosten.

Je gaat zuidwaarts.





<uitleg> | <gevechten> | <colofon>