Er heerst een doodse stilte. Je schrikt je rot van het geluid van een vallende druppel terwijl je tussen de doodskisten doorkruipt. Het altaar is kunstig bewerkt en ingelegd met juwelen. Schitterend geweven wandtapijten hangen tegen de muur hoewel ze hier en daar versleten zijn. Je hoort een krakend geluid en je draait je op je hakken om. Het licht van de lantaarn valt op de grootste doodskist... hij is open!
Een lange man met een wit gezicht komt in de kist overeind. Hij opent zijn ogen en ziet je. Zijn eerst zo rustige gelaat wordt verwrongen van haat. Hij opent zijn mond en er komt een afgrijselijk gesis uit zijn keel. hij heeft wolfachtige tanden. Hij vraagt je om dichterbij te komen.
Wat doe je?
Je gaat inderdaad naar hem toe.
Je valt hem aan met je zwaard.
Je zoekt in je rugzak naar iets om hem mee aan te vallen.
Je holt naar de westelijke deur.