Je opent de deur en je komt in een grote kamer die de eetkamer moet zijn van het wratachtige wezen waarvan je de naam nu kent. Aan een grote tafel zitten vijf Orken kwijlend te drinken uit hun bekers met rattemagensoep. Ze maken ruzie over de vraag wie de botjes van de ratten mag opeten die op de bodem van de soepterrien zijn achter¬gebleven. Ze gaan zo op in hun gekibbel dat ze je niet opmerken. Misschien voel je je heel sterken val je de Orken aan, maar misschien lokt een gevecht met vijf van deze types je niet aan en probeer je te ontsnappen.
Als je de kamer uit wilt, test dan je Geluk.
Wil je met ze vechten of heb je geen Geluk, dan krijgen de Orken je in de gaten. Bereid je voor op het gevecht.
Heb je Geluk dan weet je de kamer uit te komen zonder dat de orken je zien.