Je bent in een noord-zuidgang die doodloopt. Je bekijkt de rotswand of er misschien iets bijzonders aan is. Plotseling laat er boven je een steen los die je op je hoofd krijgt. De klap was niet zo hevig, maar je bent toch duizelig. Je vecht om je bewustzijn niet te verliezen, maar tevergeefs. Je slaat tegen de grond.

Als je je ogen weer opent, ben je op een splitsing.

<verder>





<uitleg> | <gevechten> | <colofon>