De deur zit niet op slot. Het vertrek voor je is een soort martelkamer met allerlei martelwerktuigen tegen de muren. In het midden van de kamer zijn twee kleine gebochelde gedrochten een Dwerg aan het mishandelen die aan zijn polsen aan een haak in het plafond is opgehangen. De twee griezels bewerken de Dwerg op een mensonterende manier met hun zwaard. Hun gevangene slaakt nog een gil en dan wordt het stil. Zijn ogen zijn gesloten. De gedrochten laten teleurgestelde geluiden horen. Ze kijken je woedend aan alsof het jouw schuld is dat de Dwerg het heeft begeven. Er dient nu snel gehandeld.

Wat doe je?

Je trekt je snel terug, sluit de deur en gaat verder.

Je trekt je zwaard en gaat de gedrochten te lijf.

Je stapt op de Dwerg af, geeft hem een houw met je zwaard en barst in lachen uit omdat hij niets terug kan doen.





<uitleg> | <gevechten> | <colofon>