Je herinnert je Di Maggio's kleine in leer gebonden boekje en je zegt bij jezelf de toverspreuk op die je erin hebt gevonden. Je begint luid tegen de Draak te schreeuwen en het ondier blijft opeens doodstil staan. Hij beweegt langzaam zijn kop en kijkt je argwanend aan. Je gooit een steen naar zijn kop die tegen zijn neus aankomt. Het dier gromt, brult en snuift. Dan ademt hij uit en er komt een vuurstraal uit zijn bek. Je weet wat je te doen staat: op het moment dat de vlam uit de Drakebek komt, roep je:
EKIL ERIF
EKAM ERIF
ERIF ERIF
DI MAGGIO
De vlam komt niet verder. De Draak brult in doodsangst en probeert de vlam van zijn bek te schudden, maar tevergeefs. Nog steeds brullend draait de Draak zich om en springt weg, het duister in, terwijl hij zijn brandende kop blijft schudden.
<verder>