Je hoofd doet pijn en je krabbelt duizelig weer overeind. De vier mannen komen in beweging. Met hun wapens in de aanslag naderen ze je in slagorde. Langs de zuidwand vlucht je naar de deur, maar het is de vraag of je het zult halen. Je glijdt uit over een losse steen en je valt. Voor je op kan staan, zijn de aanvallers bij je.
<verder>